Taal
Taalproblemen bij kinderen
Men spreekt van een vertraagde taalontwikkeling wanneer een kind in zijn taal duidelijk achterblijft bij leeftijdgenootjes. Deze achterstand kan zijn in de taalproductie; het kind spreekt (nog) niet of opvallend minder of in onvolledige, kromme zinnen, maar het kind kan ook een achterstand hebben in het taalbegrip; het kind begrijpt niet goed wat er gezegd wordt.
Een vertraagde spraak- en taalontwikkeling kan samenhangen met andere stoornissen zoals slechthorendheid of een algehele achterstand. Maar het komt ook voor dat het kind slecht spreekt zonder dat er een duidelijke oorzaak voor gevonden wordt.
Een vertraging in de taalontwikkeling geeft problemen: het kind wordt door de omgeving niet begrepen en het kan zich niet goed uiten. Dit kan tot gedragsproblemen leiden: het kind wordt opstandig en driftig als het niet begrepen wordt of het gaat zich juist steeds meer terugtrekken. Ook het leren op school kan moeizamer verlopen.
De taalontwikkeling van kinderen verloopt volgens een bepaald patroon. Er gelden zogenaamde ‘minimumspreeknormen’ waaraan kinderen op een bepaalde leeftijd moeten voldoen. Deze zijn als volgt:
1 jaar: het kind brabbelt veel en gevarieerd.
1½ jaar: het kind heeft een woordenschat van tenminste 5 woorden.
2 jaar: het kind spreekt in zinnen van 2 woorden, b.v. ’daar auto’, ’papa weg’.
3 jaar: het kind spreekt in zinnen van 3-5 woorden met nog weinig grammaticale structuur.
4 jaar: het kind spreekt in eenvoudige, grammaticale juiste, zinnen.
5 jaar: het kind spreekt in goed gevormde, ook samengestelde zinnen.
Taalproblemen bij volwassenen
Taalproblemen bij volwassenen vinden hun oorzaak in een hersenbeschadiging; meestal ten gevolge van een CVA (herseninfarct), maar kan ook ontstaan door een hersentumor, een ongeval of een andere aandoening in de hersenen. Dit heet afasie. Afasie is een taalstoornis die ontstaat door een hersenletsel in de linkerhersenhelft. Verbetering van de taalproblemen treedt op in de eerste drie tot zes maanden.
Afhankelijk van de plaats in de hersenen waar de beschadiging is opgetreden kunnen er verschillende vormen van afasie optreden. Sommige mensen met afasie kunnen wel goed taal begrijpen, maar hebben moeite met het vinden van de juiste woorden of met het bouwen van zinnen. Anderen spreken juist wel veel, maar wat zij zeggen is voor de gesprekspartner niet of moeilijk te begrijpen; deze mensen hebben vaak grote problemen met het begrijpen van taal. Het taalvermogen van de meeste mensen met afasie bevindt zich ergens tussen deze twee uitersten. Let wel: iemand met afasie beschikt over het algemeen over zijn volledige intellectuele capaciteiten! Het is bijna overbodig om te zeggen dat t.g.v. een afasie grote communicatieproblemen kunnen ontstaan. Aangezien er na een herseninfarct een herstel van (een deel van) de hersenen kan optreden is de therapie er op gericht zoveel mogelijk taal te laten terug komen. Soms is de taal zo ernstig aangetast dat er (tijdelijk) een communicatie hulpmiddel moet worden gezocht. De logopedist kan hierbij helpen.
Het is belangrijk om zo snel mogelijk na een herseninfarct te beginnen met de therapie omdat het meeste herstel kort na het herseninfarct optreedt.